Rol islamisten in Libië gebagatelliseerd

De opstand in Libië verschilt sterk van die in Egypte en Tunesië. Terwijl de demonstraties tegen Hosni Mubarak en Zine en Abidine Ben Ali min of meer spontaan begonnen, zijn er sterke aanwijzingen dat in Libië fundamentalisten een leidende rol spelen. Deskundigen die beweren dat de politieke islam in Noord-Afrika geen gevaar vormt, zijn slecht geïnformeerd of laten de wens de vader van de gedachte zijn. Talloze zaken in Libië zouden hen aan het denken moeten zetten.

Zo is daar de symbolische betekenis van 17 februari, de datum waarop Libiërs vorige maand via Facebook de oproep kregen de straat op te gaan voor een Dag van Woede. In 1987 liet het regime op 17 februari negen fundamentalisten ophangen voor de moord op een vertrouweling van Gaddafi. Vijf jaar geleden op 17 februari mondde een herdenking van de executies uit in een gewelddadig protest tegen de Deense cartoons, die het vermeende agressieve karakter van de islam aan de kaak stelden.

Het oosten van Libië, waar de opstand tegen Gaddafi begon, is al sinds de negentiende eeuw de thuisbasis van radicale islamitische groepen. In de stad al Bayda ontstond in 1843 de Sanusi-broederschap, een soefi-orde die al snel grote aanhang verwierf onder verschillende nomadenstammen. Overal in de regio stichtten de Sanusi religieuze centra, waar mensen konden leren lezen en schrijven. De orde verbood dans, muziek, alcohol en tabak. De bevolking, in die tijd niet erg gedisciplineerde moslims, werd opgeroepen vaker te bidden.

Wetenschappers hebben moeite om de Sanusi-broederschap te plaatsen. Sommigen noemen hen religieuze hervormers, anderen spreken over fundamentalisten. Feit is dat de Sanusi door hun orthodoxe prediking een voedingsbodem legden voor allerlei fundamentalistische stromingen. Toen de Sanusi-leiders in de loop van de twintigste eeuw een liberalere koers besloten te volgen, keerden steeds meer aanhangers zich van de orde af om zich aan te sluiten bij de Libische tak van de Moslimbroederschap.

Nadat Gaddafi in 1969 via een staatsgreep aan de macht kwam, kreeg hij door invoering van de sharia in eerste instantie steun van de moslimbroeders. Maar de steun nam af doordat Gaddafi steeds vaker een eigen draai gaf aan de islamitische wet. Hij besloot onder meer de verplichting buiten werking te stellen dat moslims die het kunnen betalen minstens een keer in hun leven de hadj moeten maken. De pelgrimstocht naar Saudi Arabië, een van de vijf belangrijkste plichten voor moslims, was volgens de Libische leider zonde van het geld. Ook het door Gaddafi ingestelde verbod op polygamie viel niet goed.

De Moslimbroederschap was de afgelopen veertig jaar een van de weinige bewegingen die soms openlijk durfden te protesteren tegen Gaddafi. Terwijl in de rest van het land portretten van de Libische leider in winkels en restaurants hingen, waren die afbeeldingen in steden als Benghazi en al Bayda vaak afwezig. Boekhandelaren weigerden het Groene Boekje van Gaddafi te verkopen. Opvallend veel Libiërs op straat hadden geen angst te vertellen dat ze lid waren van de Moslimbroederschap.
Veel moslimbroeders werden door Gaddafi uit de weg geruimd. In 1996 kwamen vermoedelijk 1200 militanten om in de Abu Saleem gevangenis in Tripoli. Volgens het regime brak er brand uit, maar mensenrechtenorganisaties vermoeden dat de gevangenen koelbloedig werden geëxecuteerd. De arrestatie van een advocaat die namens de nabestaanden opheldering vroeg, was twee dagen voor de Dag van Woede de directe aanleiding voor de start van de opstand tegen Gaddafi.

Radicale afsplitsingen van de Libische Moslimbroederschap sloten zich de afgelopen jaren aan bij het terreurnetwerk van Osama bin Laden. De bekendste beweging is de Libyan Islamic Fighting Group (LIFG), die onder meer strijders naar Irak en Afghanistan stuurde. Enkele LIFG-leiders gingen twee jaar geleden in op een amnesty-aanbod van Saif al Islam Gaddafi, een zoon van de Libische leider, maar veel andere radicalen verwierpen dat aanbod. Vanwege de moord op twee Duitsers in Libië was Gaddafi in 1998 het eerste staatshoofd dat een internationaal arrestatiebevel uitvaardigde tegen Osama bin Laden.

In zijn toespraken op televisie beweert Gaddafi dat al Qaida achter de opstand in Libië zit. De lacherige reactie van sommige Westerse commentatoren is onterecht. Dat al Qaida betrokken is bij de opstand is misschien wat overdreven, maar het is waarschijnlijk dat de minder extreme moslimbroeders een cruciale rol spelen. In andere landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika is bewezen dat juist de Moslimbroederschap zich in tijden van chaos en onrust het best weet te organiseren.

De vraag is hoe een eventuele machtsovername door de Moslimbroederschap zal uitpakken in Libië. In hun enthousiasme over de volksopstanden in Noord-Afrika zijn Westerse commentatoren nogal eens geneigd optimistische uitspraken te doen over het democratische karakter van de beweging, zonder dat ze daarvoor overtuigende bewijzen leveren. Natuurlijk bestaat de kans dat de Libische moslimbroeders werkelijk een democratie willen stichten, maar het is net zo goed mogelijk dat ze zich ontpoppen tot theocraten.

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s