ZAM – najaar 2009

NO FOOD FOR LAZY MAN

In Nigeria, met meer dan 140 miljoen inwoners het volkrijkste land van Afrika, komt langzaam een industriële revolutie op gang. Ondanks de kredietcrisis zet de economische groei door. ‘Na Azië is het nu de beurt aan Afrikaanse economische tijgers.’

In de showroom van Innoson, in de stad Nnewi in het zuidoosten van Nigeria, staat een tiental glimmende motoren. De meeste zijn van Chinese makelij. ‘Maar we maken steeds meer onderdelen zelf’, zegt manager Onusogu Nnamdi van het Nigeriaanse bedrijf. ‘Benzinetanks, remonderdelen, plastic afdekkappen.’ Nnamdi is optimistisch over de toekomst. ‘Binnenkort starten we met de fabricage van banden. Binnen vijf jaar zijn wij het eerste bedrijf dat een volledig in Afrika geproduceerde motor op de markt brengt.’

De verkoop van lichte motoren is booming business in Afrika. In Nigeriaanse steden krioelt het van de tweewielers. Met name Chinese exportbedrijven voorzien in de vraag, fabrieksnieuw zijn ze te koop voor minder dan drie honderd euro. Behalve als individueel vervoermiddel, worden ze gebruikt als taxi. Wie van de ene kant van de stad naar de andere wil, springt voor een paar dubbeltjes achterop. ‘Het probleem met Chinese motoren is dat ze kwalitatief niet zo goed zijn’, zegt Nnamdi. ‘De onderdelen die wij maken zijn beter, en nauwelijks duurder.’

Nnamdi, een dertiger in moderne kleren, zit achter zijn bureau. Op het werkblad liggen kranten en tijdschriften, met daarnaast een beeld van de gekruisigde Christus. ‘Nigeria staat aan het begin van een industriële revolutie’, beweert Nnamdi. ‘Behalve Innoson zijn de afgelopen jaren ook talloze andere nieuwe industriële bedrijven opgestart.’ Nnewi, waar relatief veel fabrikanten gevestigd zijn, draagt al de bijnaam ‘Taiwan van Afrika’. ‘Wat ze daar kunnen’, zegt Nnamdi, ‘kunnen wij ook. Na Azië is het nu de beurt aan de Afrikaanse economische tijgers.’

Afrika is rijk aan grondstoffen, maar ter plekke wordt er zelden wat van gemaakt. Nigeria, met 140 miljoen inwoners het volkrijkste land op het continent, is een van de landen waar dat begint te veranderen. De dominantie van de oliesector – Nigeria behoort tot de tien grootste olieexporteurs ter wereld – neemt langzaam af. Afgelopen jaar groeide de non-olie industrie volgens de Centrale Bank van Nigeria met bijna 10 procent. Van een echte industriële revolutie is nog geen sprake, daarvoor is de bijdrage van 4 procent van de non-olie industrie aan het Bruto Binnenlands Product nog te laag, maar een begin is gemaakt.

Ondanks de kredietcrisis zal de Nigeriaanse economie de komende jaren naar verwachting blijven groeien. De Economist Intelligence Unit voorspelt in zijn meest recente prognose voor 2009 ongeveer drie procent groei. Dat is minder dan in voorgaande jaren, maar aanmerkelijk meer dan de recente groeicijfers van westerse landen. Buitenlandse beleggingsfondsen, zoals het Amerikaanse Orbis en het Nederlandse Intereffekt, hebben volop belangen in Nigeriaanse beursgenoteerde bedrijven.

In Lagos, de economische hoofdstad van Nigeria, geeft de Britse econoom Paul Collier een lezing. Collier, auteur van het veelgeprezen boek The Bottom Billion, is gespecialiseerd in ontwikkelingslanden. ‘Ik ben gematigd optimistisch over Nigeria’, vertelt hij. ‘Er zijn problemen, zoals de wijdverbreide corruptie en de slechte infrastructuur, maar ik heb de indruk dat de regering van president Yar’Adua probeert daar oprecht verandering in te brengen. Het financiële beleid is de afgelopen jaren verbeterd. Bedrijven kunnen makkelijker krediet krijgen dan een paar jaar geleden.’

Collier, verbonden aan de Universiteit van Oxford, denkt dat de miljarden dollars die Nigeria jaarlijks verdient aan de export van olie en gas de opkomst van industriële bedrijven eerder heeft belemmerd dan gestimuleerd. ‘Door het overschot op de betalingsbalans steeg de waarde van de lokale munt de naira, waardoor importeren goedkoop werd. Lokale bedrijven konden daardoor niet concurreren.’ Dat veranderde pas nadat de regering in de jaren tachtig de naira devalueerde. ‘Veel Nigerianen klaagden over de gestegen prijzen van importen, maar voor ontwikkeling van de lokale industrie was devaluatie noodzakelijk.’

De groeiende corruptie tijdens de militaire dictatuur, die duurde van 1983 tot 1999, zorgde opnieuw voor vertraging. Regeringsfunctionarissen waren vaak meer bezig met zo veel mogelijk oliegeld in eigen zak te laten stromen, dan met de vraag hoe ze de economie het best konden ontwikkelen. Maar de afgelopen jaren neemt de corruptie af, zo is de indruk. Nigeria staat niet langer in de top tien van meest corrupte landen, die Transparency International elk jaar samenstelt. ‘In de centrale regering zitten goede leiders’, zegt Collier. ‘Maar lokaal zijn er nog steeds grote problemen. Met name bestuurders van de 36 deelstaten steken door gebrekkige controle veel in eigen zak. Geld voor de bouw van wegen, ziekenhuizen en scholen komt niet op de plaats van bestemming.’

Nigeriaanse bedrijven hebben de meeste klachten hebben over de slechte elektriciteitsvoorziening, blijkt uit een enquete van UNIDO (United Nations Industrial Development Organization). Van corruptie zeggen ze minder last te hebben. Vrijwel elke dag is er urenlang geen elektriciteit, soms zelfs dagenlang niet. Door de storingen lopen machines vast, waarna ze opnieuw moeten worden opgestart. Om te blijven produceren dienen bedrijven hun eigen dieselgenerator aan te schaffen, die drie keer zo dure stroom levert als het nationale elektriciteitsbedrijf.

De regering probeert de problemen onder meer op te lossen door zelfstandige ondernemers de mogelijkheid te geven om elektriciteitscentrales te bouwen. De privécentrales mogen zelf leveringscontracten afsluiten met bedrijven. Ook is het de bedoeling dat ze stroom gaan leveren aan Nigeriaanse huishoudens.

Bart Nnaji is een van de zelfstandige ondernemers op de elektriciteitsmarkt. In de stad Aba bouwt zijn bedrijf Geometrics een centrale van 188 megawatt. ‘Het is terecht dat Nigerianen klagen over de overheid’, zegt bestuursvoorzitter Nnaji. ‘Maar de oplossing ligt in veel gevallen voor het oprapen. Als de overheid faalt, neem je als ondernemer het heft in eigen hand.’ Voor de bouw van de centrale, die bijna 300 miljoen euro kost, kreeg Geometrics een lening van de Wereldbank. Ook een aantal Nigeriaanse banken helpt bij de financiering.

Op een industrieterrein aan de noordrand van Aba rijden vrachtwagens met beton af en aan. Voor de poort staan vier gasturbines, die Nnaji heeft aangeschaft in de Verenigde Staten. Ze zijn verpakt in enorme houten kisten. Mannen met blauwe helmen werken aan de funderingen, waarop de turbines komen te staan. De nieuwe centrale zal de totale Nigeriaanse elektriciteitcapaciteit met 5 procent doen toenemen. ‘Misschien breiden we op termijn uit tot 500 megawatt’, zegt Nnaji. ‘Maar dat is afhankelijk van de vraag.’

Nnaji was tot 2002 hoogleraar robottechnologie aan de Universiteit van Pittsburgh in de Verenigde Staten. Hij is een van de duizenden hoog opgeleide Nigerianen die de afgelopen jaren zijn teruggekeerd naar hun geboorteland om daar een baan te zoeken. Doordat ze vaak goed zijn opgeleid en werkervaring hebben bij grote westerse bedrijven, stimuleren ze de economische groei. ‘Nigeria heeft heel veel mogelijkheden’, zegt Nnaji. ‘Helaas zijn die tot op heden niet benut. Ik wil helpen daar verandering in te brengen.’

Ook buitenlanders investeren volop in industriële bedrijven in Nigeria. Door de grote bevolkingsomvang – een op de zeven Afrikanen is Nigeriaan – is het land een enorme potentiële afzetmarkt. Ondernemers uit India startten de afgelopen jaren textielbedrijven, Chinezen maken hier onder meer plastic producten. In het westen van het land begonnen dertien gevluchte blanke boeren uit Zimbabwe op uitnodiging van de Nigeriaanse overheid agrarische bedrijven. Eerder dit jaar openden ze in de buurt van de stad Ilorin een zuivelfabriek

Nederlandse industriële bedrijven hebben Nigeria jaren geleden al ontdekt. Heineken bouwde een gloednieuwe brouwerij bij de stad Enugu. Met ruim acht miljoen hectoliter per jaar verkoopt de Nederlandse firma in Nigeria meer bier dan in Nederland. Friesland Foods heeft in Lagos een fabriek waar geconcentreerde melk in blik wordt gemaakt. Producten van Peak en Three Crowns, de twee merknamen waaronder Friesland Foods in Nigeria actief is, zijn tot in de kleinste dorpjes te koop.

Opvallend aan de Nigeriaanse industriële bedrijven is dat ze in veel gevallen zijn gestart door ondernemers uit het zuidoosten, waar het ruim twintig miljoen mensen tellende Ibo-volk domineert. ‘De Ibo’s zijn ondernemender dan andere Nigeriaanse bevolkingsgroepen’, beweert Charles Aniekwilo, secretaris van de Kamer van Koophandel in Nnewi. Aniekwilo, zelf een Ibo, benadrukt dat zijn volk erg individualistisch is. ‘Ibo’s zijn altijd in concurrentie met elkaar. We hebben een enorme drang om anderen de loef af te steken.’

Waar die drang om zichzelf te bewijzen vandaan komt, is niet makkelijk te verklaren. Een van de oorzaken is misschien dat het zuidoosten van Nigeria relatief dichtbevolkt is. Landbouw, de traditionele bron van inkomsten, leverde niet genoeg op om iedereen van voedsel te voorzien. Een andere verklaring is dat in Iboland vanaf de negentiende eeuw relatief veel christelijke missionarissen en zendelingen actief waren, die overal scholen stichtten. ‘Daardoor zijn Ibo’s traditioneel beter opgeleid dan Nigerianen uit andere delen van het land.’

Aniekwilo, een kleine gezette man met bril, neemt een slok water. De wijdverbreide neiging onder Afrikanen om in het buitenland met een zielig verhaal hun hand op te houden komt onder Ibo’s weinig voor, benadrukt Aniekwilo. ‘Wij geloven in onze eigen kracht’, legt hij uit. ‘Als je een probleem hebt, dien je dat zelf op te lossen. Op ontwikkelingshulp zitten wij niet te wachten.’ Het motto van de Ibo’s keert terug in spreuken die vaak op vrachtauto’s zijn geschilderd. ‘No food for lazy man’ is een van de populairste kreten.

Industriële producten uit Nigeria worden op steeds grotere schaal geëxporteerd. In 2007 steeg de waarde van de non-olie export volgens de Centrale Bank van Nigeria met 27 procent tot 170 miljard naira (ruim 1,1 miljard euro). Dat is bijna drie procent van de totale jaarlijks export, die voor 95 procent uit olieproducten bestaat. In de buurlanden Niger en Kameroen zijn volop auto-onderdelen uit Nigeria te koop: remblokken, oliefilters, accu’s. Ook kleding, vruchtensappen en pasta gaan de grens over. Export naar andere continenten is nog steeds zeldzaam.

Een van de bekendste Nigeriaanse exportproducten zijn films. Nollywood, zoals de koosnaam van de lokale filmindustrie luidt, produceert zo’n twee duizend films per jaar. Daarmee is Nollywood na Hollywood en Bollywood (India) de derde filmproducent ter wereld. Op markten overal in Afrika liggen de Nigeriaanse dvd’s in grote stapels op een stuk textiel op de grond, zodat klanten wat van hun keus kunnen uitzoeken. Ook in zwarte gemeenschappen in Europa en Amerika vinden de films gretig aftrek.

Nigeriaanse schoenen zijn een ander veelbelovend exportproduct. De Ariaria-markt in de stad Aba is het centrum van deze industrie. In kleine vierkante werkruimtes zijn duizenden ambachtslieden aan het werk. Sommigen werken met de hand, anderen zitten achter een machine. De meeste schoenmakers werken in clusters van vier tot zes personen. ‘Ik snijd de zolen’, zegt schoenmaker Samuel Ugwu. ‘Een collega doet het buitenwerk. Daarna lijmt een derde persoon de twee delen aan elkaar, waarna weer iemand anders de stiksels doet.’

Ugwu, in een geel polo-shirt, maakt damesschoenen onder de merknaam Sunshine. Verschillende modellen hangen aan de muur. De meeste schoenen zijn van geïmporteerd kunstleer. ‘ Nigeriaanse vrouwen zijn prijsbewust’, zegt Ugwu. ‘Echt leer gebruik ik ook, maar dat is duurder.’ De schoenmaker denkt erover zijn bedrijf uit te breiden. Door de nieuwe elektriciteitscentrale in aanbouw hoopt hij zichzelf 24 uur per dag te verzekeren van stroom. ‘Dan kan ik mechaniseren. Nu maken we met zijn vieren twintig paar schoenen per dag. Met de juiste machines kan dat omhoog naar tachtig.’

Een aanzienlijke groep schoenmakers in Aba is gespecialiseerd in het namaken van westerse merken, net zoals onder meer Chinezen dat doen. Teenslippers van Puma en Adidas liggen open en bloot te koop. Ugwu doet niet mee aan het kopiëren van westerse merken. ‘We moeten uitgaan van onze eigen kracht’, vindt hij. ‘De meeste Nigeriaanse schoenen zijn van prima kwaliteit. Laten we daar trots op zijn.’

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s