Democratie in Afrika

19 januari 2008

Na de stammentwisten rond de jaarwisseling in Kenia beweerden sommige commentatoren dat democratie onverenigbaar is met Afrikaanse tribale structuren. In de Volkskrant verwoordde Amanda Kluveld deze gedachte, Trouw correspondent Roman Baarenburg de Jong riep haar na. In de Britse Daily Telegraph was een soortgelijk geluid te horen. De loyaliteit aan de eigen etnische groep (of stam) zou democratie onmogelijk maken. Met andere woorden: anno 2008 kan democratie in een land als Kenia niet functioneren.

Wat een onzin. Dat tribale gevoelens diepgeworteld zijn in Afrika lijdt geen twijfel, maar het klopt niet dat democratie daardoor onmogelijk is. In feite is een etnische groep een bundeling van een groot aantal families. Waarom zou een familie niet democratisch kunnen functioneren? Van oudsher nemen bijna alle etnische groepen door middel van overleg beslissingen. Deze procedures zijn bij de ene etnische groep misschien democratischer dan bij de andere – vrouwen hebben bijvoorbeeld niet altijd evenveel invloed – maar ze bestaan wel degelijk.

Hoe democratie binnen een traditionele Afrikaanse gemeenschap werkt is mooi zichtbaar bij de Ibo in Nigeria. Een raad van ouderen, die bestaat uit mannelijke familiehoofden, beslist over de belangrijkste politieke zaken. Vrouwen hadden officieel geen politieke macht, maar in de praktijk lag dat anders. Doordat vrouwen degenen waren die handel dreven – op de markten in Ibo-land zag je vroeger nauwelijks mannen – hadden zij de economische macht. Omdat mannen voor hun inkomen grotendeels afhankelijk van de vrouwen waren, luisterden ze bij belangrijke beslissingen altijd goed naar de adviezen van hun echtgenotes. Ze konden niet anders dan democratisch zijn.

Een hardnekkig probleem in tribale samenlevingen is dat verschillende etnische groepen moeilijk kunnen samenwerken. Doordat leden van dezelfde groep vaak onvoorwaardelijk trouw zijn aan elkaar, komt vriendjespolitiek veel voor. Goed zichtbaar is dat bijvoorbeeld bij sollicitatieprocedures voor een baan bij de overheid. Neem Kenia. Als het hoofd van de sollicitatiecommissie een Kikuyu is, is de kans groot dat de baan naar een Kikuyu in plaats van naar een Luo gaat. Ook als de Luo in kwestie beter gekwalificeerd is.

Bij verkiezingen stemmen Afrikanen doorgaans niet op degene met het beste partijprogramma, maar op iemand van hun eigen etnische groep. Die zal hen immers minder snel benadelen. Goed zorgen voor de eigen groep, zo is de achterliggende gedachte, is de plicht van iedere Afrikaan. Daardoor wint de kandidaat van de grootste etnische groep bijna altijd, met als gevolg dat leden van kleinere etnische groepen gemarginaliseerd worden. De onvrede daarover ontaardt geregeld in geweld.

De fout die veel commentatoren maken is dat ze uit het bovenstaande de conclusie trekken dat democratie niet werkt in tribale samenlevingen. Dat is kortzichtig. Feitelijk verschillen tribale groepen niet zo heel veel van westerse politieke partijen. Ook tribale groepen kiezen hun leiders, die zich inspannen voor het welzijn van hun achterban. Vervolgens dienen ze, net zoals in Westerse parlementaire stelsels, coalities te smeden met concurrerende etnische groepen.

Wie de berichtgeving over Afrika volgt zou de indruk kunnen krijgen dat etnische groepen in Afrika alleen maar met elkaar vechten. Niets is minder waar. Ook in tribale samenlevingen worden coalities gevormd. Verschillende etnische groepen die voorheen vijandig tegenover elkaar stonden, slaan de handen ineen als ze daar positieve resultaten van verwachten. Door samen te werken dwingen kleine etnische groepen de grootste groep tot concessies.

Niemand heeft dit proces van ‘fission and fusion’ zo goed beschreven als de Britse antropoloog Edward Evans Pritchard, die in de eerste helft van de vorige eeuw jarenlang veldonderzoek deed in onder meer Libië en Soedan. Geconfronteerd met tegenstand van samenwerkende kleine groepen blijken grote etnische groepen genoodzaakt zich meer democratisch te gedragen. Als er geweld uitbreekt, zo beseffen ze, zouden ze wel eens het onderspit kunnen delven. Dan raken ze hun machtspositie helemaal kwijt.

Iets dergelijks gebeurt nu in Kenia. In de aanloop naar de verkiezingen sloegen de Luo en de Kalenjin de handen ineen om een front te vormen tegen president Mwai Kibaki’s Kikuyu, de grootste en machtigste etnische groep in het land. Aanvankelijk dacht Kibaki door te frauderen met de verkiezingsuitslag het pleit in zijn voordeel te beslechten, maar door de woede die dat veroorzaakte in zowel binnen- als buitenland kwam hij tot inkeer. Inmiddels wil Kibaki met de oppositie (lees: leiders van andere etnische groepen) aan tafel gaan zitten om te praten over een machtsdeling.

Pijnlijk is dat voor deze omslag meer dan driehonderd Kenianen om het leven moesten komen, en zeventig duizend anderen op de vlucht sloegen. In andere Afrikaanse landen, zoals Nigeria, verlopen verkiezingen vaak met nog meer geweld. Democratische hervormingen in Afrika blijken helaas slechts zelden vredig te verlopen. Wat dat betreft is het continent overigens niet uniek. In dictaturen elders ter wereld ging het in het verleden meestal niet heel veel anders.

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s