Wat we kunnen doen voor Darfur – Lezing LUX Nijmegen

18 juni 2007

De oorlog in de Soedanese regio Darfur heeft aan belangstelling niet te klagen. Van een vergeten conflict, zoals er zoveel zijn in Afrika, is geen sprake. Filmsterren, hulpverleners, regeringsleiders; iedereen bemoeit zich ermee. Ook ik reisde onlangs naar Darfur, voor de derde keer sinds 1994. Minister van Ontwikkelingssamenwerking, Bert Koenders, was er op 8 mei. ‘Het wordt in Darfur alleen maar erger’, kopte het NOS-Journaal  ‘s avonds op televisie. De verslaggever die in het kielzog van de minister was meegereisd liet er geen twijfel over bestaan: voor Darfur is weinig hoop.

Om misverstanden te voorkomen wil ik als eerste opmerken dat in Darfur inderdaad sprake is van een grote humanitaire ramp. Sinds het uitbreken van het geweld in 2003 zijn naar schatting 200.000 mensen om het leven gekomen. Ongeveer 2,5 miljoen anderen zijn uit hun dorpen verdreven en wonen nu in vluchtelingenkampen. Door de regering gesteunde Arabische janjaweed-milities en een tiental verschillende rebellengroepen vechten tegen elkaar, waardoor een uiterst onoverzichtelijke situatie is ontstaan. Ook banditisme en struikroverij zijn wijdverbreid.

Tot zover geen discussie. Wel ter discussie staat de richting waarin het conflict zich beweegt. Om zoals het NOS-journaal te beweren dat de situatie alleen maar erger wordt, is grotendeels bezijden de waarheid. Hulpverleners, analisten en Soedanezen ter plekke beweren juist dat de humanitaire situatie in Darfur de afgelopen vier jaar is verbeterd. Door massale buitenlandse hulp is volgens de VN het percentage ondervoede kinderen gehalveerd, veel meer mensen dan voorheen hebben de beschikking over schoon drinkwater. Ook het aantal doden neemt af. In 2003 en 2004 vielen er door geweld naar schatting enkele duizenden doden per maand, inmiddels is dat aantal gedaald tot 200.

Een van de weinige punten waarop wel sprake is van achteruitgang zijn de omstandigheden waaronder de ongeveer 13.000 hulpverleners in Darfur werken. Berovingen en aanslagen nemen toe. Vorig jaar alleen al werden meer dan 100 four wheel drives van hulporganisaties gestolen, die in de meeste gevallen voor veel geld verkocht worden in het buurland Tsjaad en andere landen in de Sahara. Door de toegenomen onveiligheid zijn steeds meer gebieden ontoegankelijk voor hulp. Transport vindt vaak alleen nog maar plaats met helikopters. De vooruitgang die is geboekt op humanitair gebied, dreigt daardoor weer teniet te worden gedaan.

Een 7000 man tellende vredesmacht van de Afrikaanse Unie is sinds 2004 in Darfur gestationeerd. Veel heeft die niet kunnen uitrichten. Ook de AU heeft last van berovingen en aanslagen. Op sommige plaatsen in Darfur durven ze hun basis nauwelijks nog af. Internationaal klinkt de luide roep om een robuuste VN-vredesmacht, maar het is de vraag of die veel zal kunnen bereiken. Wellicht kan de VN op sommige plaatsen voor meer veiligheid zorgen, zodat ontoegankelijke vluchtelingen worden bereikt, maar daarmee houdt het op. Als de VS in Irak met meer dan 100.000 soldaten geen veiligheid kan brengen, is het naïef te denken dat de VN dat met 20.000 soldaten wel kan in Darfur. Kortom: ook met een VN-macht is de kans klein dat de vluchtelingen terug kunnen naar hun dorpen.

De vraag is dan: wat kunnen we wel doen om het conflict in Darfur te helpen oplossen? In de eerste plaats dienen we de Soedanese regering, de hoofdverantwoordelijke voor het geweld, onder druk te zetten om serieus te gaan praten over vrede. Het vredesakkoord uit 2006, dat maar door één kleine rebellenfactie werd getekend, heeft gefaald. De ontwapening van de janjaweed, die werd toegezegd door de regering, is niet van de grond gekomen. Ook voert Khartoum een bewuste verdeel-en-heers-politiek om de rebellen uit elkaar te drijven. Mede daardoor is het verzet versplinterd.

Sancties kunnen helpen om een oplossing dichterbij te brengen. Van 1991 tot 1999 was er een internationale luchtvaartboycot van kracht tegen Libië, waarom zou dat in Soedan ook niet kunnen? Het goede van een luchtvaartembargo is dat vooral de regerende elite en hun familie daar last van hebben. Zij zijn de enigen in Soedan die geld hebben om geregeld naar Parijs, New York of Dubai te vliegen. Ook ondersteuning van het Internationaal Strafhof, dat oorlogsmisdaden in Darfur onderzoekt, is nuttig. De afschrikwekkende werking die daar vanuit gaat is groot. En er dient aandacht te zijn voor het overslaan van het conflict naar de buurlanden Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek.

De Soedanese leiders hebben de neiging om kritiek uit het Westen te beantwoorden met agressieve jihad-retoriek, maar de geschiedenis heeft bewezen dat Khartoum wel degelijk gevoelig is voor harde strafmaatregelen. Osama bin Laden, die jarenlang onderdak genoot in Soedan, kreeg na internationale druk de opdracht te vertrekken. Uiteindelijk zijn de Soedanese leiders pragmatischer dan wij misschien denken.

Plaats een reactie

Nog geen reacties

Comments RSS TrackBack Identifier URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s